Pantanal

Brazilië

Brazilië is net zo groot als Europa, dus je legt aardige afstanden af. Van Mamiraue eerst weer ruim 1.5 uur met de boot, bijna 2 uur vliegen naar Manaus en de volgende dag van Manaus naar Cuiaba, Mato Grosso, 5 uur vliegen met enkele tussenstops. We hadden voor 2 verschillende lodges in de Noord Pantanal gekozen, omdat je hier wat meer wild zou zien dan in het Zuiden. De Pantanal is een enorm wetland, bijna 4x zo groot als Nederland. Aan het einde van het regenseizoen staat zo’n 80% van de Pantanal onder water. De Pantanal heeft het dichtste flora en fauna ecosysteem van de wereld, maar wordt echter vaak overschaduwd door het Amazoneregenwoud. eerste bestemming was de Jaguar Ecological Reserve www.jaguarreserve.com. Ook hier werden we weer keurig afgehaald. De lodge ligt op zo’n 5 uur rijden van Cuiaba, het eerste uur rij je nog over geasfalteerde weg, tot aan Poconé en hier begint de Transpantaneira, een lange en rechte onderverharde weg die een groot deel van de Pantanal doorkruist. De Transpantaneira is de levensader van de Pantanal, de boeren gebruiken deze weg om bij hun farms te komen, ver van de bewoonde wereld en voor het wild is het een heerlijke plek om te kunnen zonnen, te jagen enz. of gewoon om over te steken. Je hebt hier dan ook steeds leuke borden langs de weg staan wat voor een wild er allemaal kan oversteken.

We reden nog geen 100 meter over de Transpantaneira of we zagen al ons eerste ‘wild’, een hele grote kaaimanhagedis. Overal langs de weg vogels, vogels en nog eens vogels, veel reigerachtigen, jaribu’s, roofvogels, ara’s, ijsvogels, caracaras, krijsende kuifhoenderkoeten en nog veel meer. Ook diverse soorten apen, volop kaaimannen en capibara’s, om de haverklap was het stoppen en fotograferen.

Ook zie je soms hele bijzondere 'dieren' de weg oversteken, zo zagen we een vis, een hele kleine meerval van zo'n 8 cm oversteken, van de ene waterpartij naar de andere. Zigzaggend, zwiepend met zijn staart, probeerde hij aan de overkant te komen. Dit was tijdens avondexcursie. 

Het was nu einde van de regentijd en de Pantanal had haar hoogste waterstand bereikt, het water staat dan zo’n 3 meter  hoger dan in de droge periode. Beide zijden van de Transpantaneira  stonden helemaal blank, nog geen 10 cm hoger en dan zou de Transpantaneira op veel plekken ook onder water staan. In deze periode hebben vele boeren, hun vee naar de rand van de Pantanal gebracht, wat iets hoger ligt, opdat het vee niet helemaal in het water hoeft te staan, maar toch zag je her en daar nog boerderijen met vee grotendeels in het water stonden. Enkele boerderijen liggen iets hoger, maar het meeste land is vrij vlak. 

Langs de Transpantaneira heb je diverse stroompjes, tientallen keren kruizen ze de weg en rijd je over een houten brug, over planken. Deze periode is laagseizoen, sommige lodges zijn nauwelijks bereikbaar vanwege het hoge water en zijn dan ook gesloten. Gelukkig waren beide lodges die we hadden uitgekozen, wel open, beide keren waren we de eerste dagen de enige gasten. Vanwege het hoge water konden we geen wandeltochten maken, vrijwel alle paden stonden blank, zodoende waren de meeste excursies over de  Transpantaneira en enkele zijpaden en met de boot.

De Jaguar Ecological Reserve staat bekend om haar hyacinth ara’s, zij hebben een paar bomen waar vrijwel altijd deze ara’s in zitten en de juiste palmen met palmnoten waar de hyacinth ara dol op is. Een boom stond naast onze hutje en wat kunnen ze krijsen! Maar het zijn echt schitterende vogels, zo mooi blauw met een gele rand om de ogen en een gedeeltelijke gele snavel. Het is de grootste papagaaiesoort, hij kan 90-100 cm groot worden en weegt zo’n 1,5 kg. Het is echter een bedreigde ara. Zijn hoofdvoedsel zijn palmnoten. Echter velen palmen sneuvelen bij het afbranden van graslanden door boeren en door de enorme prijzen die voor deze vogels gevraagd worden, bloeit  de illegale handel . In de jaren met weinig voedsel, worden er geen jongen groot gebracht.

Ik wilde heel graag de reuze miereneter zien. Dit is in principe een nachtdier, maar is soms ook overdag te zien. Dus onze gids verteld dat ik deze heel graag wilde zien. In de droge periode zag je ze heel regelmatig, maar in de natte periode niet zo vaak. Maar de volgende dag kwam hij vertellen dat de 2 dagen ervoor een reuze miereneter bij de boerderij van zijn oom, iets verder op, was gespot, beide keren tegen de avond. Dus wij aan het einde van de dag er naar toe, te voet over de Transpantaneiro, daarna een afslag, gedeeltelijk door het water. Hier zagen we enkele kaaimanhagedissen. 

De kaaiman hagedis kan 1,2 m groot worden. Hij leeft vooral op waterslakken, het slakkenhuis kraakt hij met zijn platte tanden en spuugt dan de grote delen van het slakkenhuis uit. Een van de kaaimanhagedissen die wij zagen, ving net voor onze neus op zo’n meter afstand een waterslak en wij konden mooi zien hoe hij het slakkenhuis langzaam kapot beet en de stukken uit zijn mond liet vallen en daarna likkebaardend de slak opat.

Helaas geen miereneter gezien, de volgende namiddag evenmin. Op de laatste avond, waren we nog even gaan kijken, dit keer met de auto en daar zagen we plots de reuze miereneter. In het donker met groot licht was hij goed te zien, maar om te fotograferen was het een stuk moeilijker. Wij uit de auto om iets dichterbij de komen, hier schrok de miereneter van en rent haast Han omver. Dan zie je pas echt hoe groot hij is.
De reuzenmiereneter (Myrmecophaga tridactyla) heeft een lange, smalle snuit en een lange staart. Om hun scherpe klauwen niet door het lopen te laten slijten, lopen ze op hun polsen, met de scherpe klauwen naar binnen gevouwen. Een volwassen miereneter weegt zo’n 40 kilo en is ruim 1 meter lang. De staart voegt hier nog zo’n 90 cm aan toe. Een miereneter kan dus, van snuit tot staartpunt gemeten, ruim 2 meter lang zijn. Hij is bij de schouders ongeveer 60 cm hoog. Een miereneter heeft korte oorschelpen, kleine ogen en een grijs-bruine vacht die uit korte, stevige haren bestaat. De kop is lichter van kleur dan de achterzijde. Een brede zwarte band, met een witte streep begrensd, begint op de borst, en loopt over de schouder naar zijn middel. Deze streep geeft een camouflage-effect.
De miereneter leeft van mieren en termieten. Hij gebruikt zijn scherpe klauwen om de mierennesten of holen open te scheuren, waarna hij z'n snuit naar binnen steekt. Met zijn 60 cm lange tong slurpt hij dan de mieren op. Door het kleverige speeksel blijven de dieren hier gemakkelijk op kleven. Hij steekt zijn tong zo'n 150 keer per minuut naar buiten, en eet daarmee tot 30.000 mieren per dag. Miereneters hebben geen tanden. Wel zijn de speekselklieren goed ontwikkeld. Ze kauwen hun prooi met harde delen van hun gehemelte. De taak van het gebit is overgenomen door wrijfplaten in een gedeelte van de maag.
De miereneter krijgt per worp één jong. De moeder draagt dit in het lange haar op de rug. De draagtijd bedraagt 190 dagen. De reuzenmiereneter wordt tot 25 jaar oud.
Weer in de auto rijden we verder en zien we nog een 2 miereneter. In de droge periode zie je ze ook vaker overdag en dan hebben de vrouwtjes vaak een jong op hun rug. Dus we moeten nog een keertje in september terugkomen.

Ook rondom de lodge was vanalles te zien, voornamelijk vogels, maar er zaten ook apen in de buurt, moerasherten, enkele verdwaalde capibara's, bij de brug een hondertal meter verder kaaimannen. 

Rond etenstijd heb je altijd wat scharrelaars rondlopen om te kijken of er niet iets lekkers overblijft. Eén caracara maakte het zelfs zo bont, die landde voor je op tafel en zat gewoon het eten van je bord weg te kijken. Gaf je niets, dan pikte hij gewoon wat van je bord. De eerste keer dat hij bij ons op tafel landde, schrik je een beetje, het is toch een vrij grote vogel, helemaal als hij nog zijn vleugels uit heeft, die op nog geen meter afstand van je op tafel land, maar daarna is het gewoon volop genieten van zo'n schitterende vogel voor je neus. 

Andere scharrelaars zoals teju's of vossen, waren wat schuwer en wachten aan de rand van de tuin netjes tot je klaar was en wegging, daarna kwamen ze kijken of er nog wat bij de tafels op de grond lag. 

Hoewel we ontzettend veel hebben gezien, zie je in de natte periode toch veel minder wild. Maar vogels, capibara’s, kaaimannen, apen e.d. hebben we volop gezien, die zie je altijd. 

De capibara’s hadden nou jongen, heel leuk om te zien. Je zag ze overal langs de Transpantaneiro aan de rand van het water, vaak ook half op de weg omdat ze in grotere familiegroepen leven. Ze bleven vaak tot op het laatste moment liggen, totdat je er met de auto zo’n meter vandaan was en dan kwamen ze langzaam overeind, je aankijkend, moet ik nou echt in deze hitte overeind. Stapte je uit de auto, dan waren ze wat sneller en dan doken ze met de hele familie het water in. 

De capibara ofwel waterzwijn (Hydrochoerus hydrochaeris) is het grootste knaagdier ter wereld dat voorkomt in het waterrijke gebied van Brazilië en Noord-Argentinië in Zuid-Amerika. Hij kan wel 80 kilogram zwaar worden. De naam "capibara" komt uit het Guaraní en betekent heer van het gras. Daarmee wordt verwezen naar de lange oeverbegroeiing van moerassen, rivieren en meren, de natuurlijke biotoop. Capibara's leven in groepen van enkele tientallen dieren. Als uitstekende zwemmers en duikers houden ze zich in en langs het water op. De capibara eet met name waterplanten en gras, maar ook basten van bomen.

In elke seizoen is het een paradijs voor vogelaars, maar wij hebben ook genoten van alle roofvogels, uilen, reigerachtigen, ijsvogels, caracara’s, ara’s en parkieten, kleine bonte vogels, kuifhoenderkoeten. Deze laatste zag je regelmatig op palen langs de weg. Mooie grote vogels, maar had je een koppel bij elkaar, dan konden ze alleen maar naar elkaar krijsen, echt oorverdovend. 

De kuifhoenderkoet (Chauna torquata) komt voor in de wetlands van Zuid-Amerika. Buiten het broedseizoen leven ze in grote kolonies samen, altijd in de directe nabijheid van water. Het omvangrijke nest wordt in ondiep water of op een oever gebouwd. Er worden gemiddeld vijf eieren gelegd, die door beide ouders uitgebroed worden.
Kuifhoenderkoeten voeden zich met onkruid, wortels en granen. Hoewel hun uiterlijk het in eerste instantie niet doet vermoeden, zijn kuifhoenderkoeten uitstekende vliegers. Volwassen kuifhoenderkoeten hebben een totale lengte van 90 centimeter en ze wegen doorgaans niet veel meer dan 2½ kg.

We hadden ook gehoopt om een anaconda te zien, maar die worden helaas nog zelden gespot. Natuurlijk hadden we hier ook gehoopt een jaguar te zien, maar hiervan weet je dat het toevalstreffers zijn, mocht je ze zien. Ook hier was het niet de beste tijd voor, maar zelfs in de beste tijd is de kans klein ze te zien.

Onze 2e lodge, het Pantanal Wildlife Center www.pantanalwildlifecenter.com hadden we speciaal vanwege de reuze otters uitgekozen.
De reuzenotter (Pteronura brasiliensis) wordt in Zuid-Amerika ook wel grote waterhond of rivierwolf genoemd. De reuzenotter bereikt een lengte van 1,5 tot 1,8 meter voor mannetjes, de vrouwtjes blijven iets kleiner en kan  22 tot 34 kg wegen. De otter leeft in zoet water in een groot deel van Zuid-Amerika. Het voedsel bestaat uit diverse waterdieren, vooral vis, maar soms ook schildpadden, anaconda’s en andere slangen.
De reuzenotter leeft over het algemeen in groepjes van vier tot tien dieren, meestal bestaande uit een paartje en hun jongen van de laatste en voorlaatste worpen. De band tussen een paartje is zeer sterk, waarbij de beide dieren zelden van elkaars zijde wijken. Ook de band tussen andere groepsleden is sterk: groepen splitsen zich nooit af, de dieren jagen en reizen gezamenlijk en rusten meestal in elkaars buurt. Reuzenotters van dezelfde groep bevinden zich meestal aan elkaars zijde en bijna altijd in elkaars gezichtsveld of op gehoorafstand van elkaar. 

Een vrouwtje krijgt gemiddeld twee jongen per jaar, nesten met meer dan drie jongen komen relatief weinig voor. De draagtijd is tussen de 52 en 70 dagen. Jongen worden voornamelijk geboren aan het begin van de droge tijd. Bij de geboorte weegt een jong ongeveer tweehonderd gram en is het meer dan dertig centimeter lang. Het is dan blind en behaard. De eerste twee tot drie weken blijven de jongen in het hol waarin zij geboren zijn, behalve als het moederdier ze verplaatst naar een ander hol. Na drie weken leert het moederdier ze zwemmen. Ze worden dan twee of drie keer per dag onder water gehouden. Na een dag of tien 'les' kunnen ze zich drijvende houden. De dieren zijn tijdens de zwemlessen nog blind: na 28 tot 30 dagen gaan de ogen open. Als ze zes weken oud zijn, verlaten ze regelmatig het hol en spelen ze bij de ingang. Het jong eet na drie à vier maanden voor het eerst vast voedsel, eerst aangeboden door de ouderdieren, maar na iets meer dan twee weken vangt het zelf zijn eerste vis. Ze nemen rond deze tijd meer deel aan groepsactiviteiten als de jacht. De jongen zijn dan op twee derde van hun volwassen lengte, en hebben een lichtere vacht. De jongen worden de gehele tijd in de gaten gehouden door de andere groepsleden. Als de jongen worden aangevallen, worden ze fel verdedigd door hun ouders, die zelfs jaguars kunnen afslaan. Na negen maanden worden ze gespeend en ze zijn op hun volwassen gewicht als ze tien maanden oud zijn. Ze kunnen dan net zo goed jagen als volwassen dieren. Soms verlaten de jongen het territorium tijdelijk als het moederdier een volgende worp krijgt, om na zes tot acht weken weer terug te keren. Jongen die ouder zijn dan een jaar helpen mee met het markeren van het territorium. Ze verlaten de familiegroep na ongeveer twee jaar, als ze geslachtsrijp zijn. De reuzenotter is een luidruchtige ottersoort, de groepsleden communiceren regelmatig met elkaar en houden door middel van geluid onderling contact. Reuzenotters kunnen twaalf jaar oud worden.
Reuzenotters hebben weinig natuurlijke vijanden, in groepen levende reuzenotters zijn relatief veilig. De meeste dieren die omkomen door predatie zijn solitaire of zeer jonge dieren.

Nabij het Pantanal Wildlife Center woont al jarenlang een reuze otterfamilie die je van heel dichtbij kunt bewonderen uitgekozen. Maar met het hoge water heb je geen zandbanken, grote delen van het bos staan onder water, dus de otters volgen de vissen het bos in. We hebben er wel enkele gezien, maar alleen van wat verder weg en alleen de kop uit het water. Ook de Tapirtoren bij deze lodge waar je elke avond tapirs zou zien, stond nou troosteloos in het water. Maar bij de 1e lodge hebben we gelukkig nog bij een nachtexcursie een tapir mogen zien, die plots de weg overstak, net voor onze auto. 

Bij het Pantanal Wildlife Center had je een nest met jaribu’s, grote ooievaars. Met een hele gamele toren, die met elke stap/beweging meebewoog, kon je naar boven klimmen en keek je op het nest uit. Ze zouden binnenkort eieren gaan leggen. Een fraai gezicht, zulke grote vogels op een nest in een kale hoge boom. Je had hier ook een mooi uitzicht over de ondergelopen weilanden en moeras. 

We hebben hier ook enkele tochten te paard gemaakt, daar alle paden onder water stonden, ging je nu te paard. Wel zwaar voor hen, regelmatig kwam het water tot hen buik, je rijdt dan rustig stapvoets. Op een gegeven moment werd Han gestoken door een wesp of zo in zijn been, hij liet toen even zijn teugels los en haalde zijn ene been uit de beugel. Op dat moment werd ook zijn paard gestoken en sloeg op hol, dan kan zo’n paard toch nog hard door het water rennen. Maar al gauw werd hij moe en kon Han de teugels weer pakken. 

We hadden hier een huisslang die regelmatig voor de horrendeuren lang, kwam je in de buurt, dan klom hij via de deurknop omhoog. Een van de horrendeuren had een kleine scheur, die wist hij elke keer snel te vinden en verdween dan naar binnen om even later via het plafond weer naar buiten te klimmen. De mensen van de lodge wilden hem eerst steeds verjagen, daar de meeste toeristen niets van slangen moeten hebben, maar wij hadden geen moeite met deze huisslang. Het was juist leuk om hem daar elke keer weer te zien. Ook zag je hier verschillende hagedissen en boomkikkers.

Bij deze lodge kon je vanwege het hoge water niet via de weg komen, maar vanaf de Transpantaneira, bij een van de vele stroompjes werden we met de boot opgehaald en weer gebracht.
 

Previous Article Mamiraua Reserve
Next Article Pusztaszer
Back To Top